EUROPEES_COMPUTER_RIJBEWIJS_REG_RGB.jpg

 

Erkend vaardig met ECDL, Europees Computer Rijbewijs Toets en bewijs uw vaardigheden in het veilig en efficiënt gebruik van diverse computertoepassingen met het onafhankelijk internationaal erkend ECDL, Europees Computer Rijbewijs®. Toegespitst op de actualiteit, variërend van Online Essentials, Tekstverwerken, Spreadsheets, het maken van Presentaties tot Online Samenwerken. Op Basis en voor een aantal modules ook op Advanced niveau. U kunt binnen het NEW ECDL programma kiezen uit meer dan 10 modules.

Voeg met een ECDL certificaat waarde toe tijdens uw studie, werk en aan uw CV.

Officieel internationaal erkend certificaat Doet u voor het eerst examen dan dient u éénmalig een ECDL ID (registratienummer) aan te schaffen. Wereldwijd kan op circa 24.000 locaties met het ECDL-ID een ECDL examen worden gedaan. Als een aantal modules zijn behaald, ontvangt de kandidaat een officieel fysiek ECDL certificaat. Uw diagnose en examen resultaten worden daarnaast gekoppeld aan uw persoonlijk ECDL Online Profiel en kunt u altijd inzien en delen.

Met ECDL bewijs je digitaal vaardig te zijn!

 

Een globaal overzicht van de kennis en kunnen die nodig is om een examen met tenminste 75% af te sluiten.

 

Computer Essentials

De kandidaat:

  • Begrijpt de belangrijkste concepten met betrekking tot ICT, computers, apparaten en software
  • Kan een computer opstarten en afsluiten.
  • Kan effectief werken op het bureaublad met behulp van pictogrammen en vensters.
  • Kan belangrijke instellingen van het besturingssysteem wijzigen en de Help-functie gebruiken.
  • Kan een eenvoudig document maken en afdrukken.
  • Kan de belangrijkste concepten van bestandsbeheer benoemen en efficiënt bestanden en mappen organiseren.
  • Begrijpt de belangrijkste opslagconcepten en kan hulpprogramma’s gebruiken om bestanden te comprimeren en uit te pakken.
  • Begrijpt netwerkconcepten en verbindingsopties en kan verbinding maken met een netwerk.
  • Ziet het belang in van beveiliging van gegevens en apparaten tegen kwaadaardige en /of schadelijke software (malware) en van het maken van back-ups met gegevens.
  • Weet welke overwegingen belangrijk zijn t.a.v. duurzame IT, toegankelijkheid en gezondheid

Online Essentials

  • Begrijpt browsen op het web en onlinebeveiliging.
  • Gebruikt de webbrowser en beheert browserinstellingen, bladwijzers en webgegevens.
  • Kan effectief informatie zoeken op het internet en webgegevens kritisch beoordelen.
  • Begrijpt kwesties over auteursrecht en gegevensbeveiliging.
  • Weet wat de begrippen onlinegemeenschap, communicatie en e-mail inhouden.
  • Kan e-mails verzenden, ontvangen en e-mailinstellingen beheren.
  • Kan e-mails ordenen en doorzoeken en agenda’s gebruiken

Tekstverwerking

  • Werkt met documenten en slaat deze op in verschillende bestandsindelingen.
  • Gebruikt ingebouwde opties zoals de Help-functie om de productiviteit te verhogen.
  • Maakt en bewerkt kleine tekstverwerkingsdocumenten zodat ze klaar zijn om uit te wisselen en te distribueren.
  • Past verschillende opmaakprofielen toe op documenten om ze vóór de distributie te verfraaien, en herkent best practice bij het kiezen van passende opmaakopties.
  • Voegt in documenten tabellen, afbeeldingen en getekende objecten in.
  • Kan documenten voorbereiden voor samenvoegbewerkingen.
  • Wijzigt pagina-instellingen en voert een spellingscontrole uit voordat documenten worden afgedrukt.

Spreadsheet

  • Werkt met spreadsheets en slaat deze op in verschillende bestandsindelingen.
  • Gebruikt ingebouwde opties zoals de Help-functie van het programma om de productiviteit te verhogen.
  • Voert gegevens in een cel in en hanteert best practice bij het maken van lijsten.
  • Selecteert sorteert, kopieert, verplaatst en verwijdert gegevens.
  • Bewerkt rijen en kolommen in een werkblad. Kopieert, verplaatst, verwijdert en hernoemt werkbladen volgens best practice.
  • Maakt gebruik van wiskundige en logische formules waarbij standaardtoepassingen van de spreadsheet worden gebruikt. Best practice hanteren bij het maken van formules en foutwaarden herkennen in formules.
  • Maakt getallen en tekst op in een spreadsheet.
  • Kan grafieken kiezen, maken en opmaken om informatie op een zinvolle manier te presenteren.
  • Kan pagina-instellingen van een spreadsheet wijzigen en de inhoud van een spreadsheet controleren en corrigeren voordat de spreadsheet wordt afgedrukt.

Databases gebruiken

  • Begrijpt wat een database is en hoe deze wordt georganiseerd en bediend.
  • Kan een eenvoudige database maken en de inhoud van de database in verschillende weergaven bekijken.
  • Kan een tabel maken, velden en de bijbehorende eigenschappen definiëren en bewerken; gegevens in een tabel invoeren en bewerken.
  • Kan een tabel of formulier sorteren en filteren; query’s maken, bewerken en uitvoeren om specifieke informatie uit een database op te vragen.
  • Begrijpt wat een formulier is en kan een formulier maken om records en gegevens in records in te voeren, te bewerken en te verwijderen.
  • Kan routinerapporten maken en de uitvoer zodanig voorbereiden dat deze gereed is voor verspreiding

Presentaties

  • Kan werken met presentaties en deze opslaan in verschillende bestands­indelingen.
  • Kan ingebouwde opties zoals de Help­functie van het programma gebruiken om de productiviteit te verhogen.
  • Begrijpt de verschillende presentatieweergave mogelijkheden en hun toepas­sing, kan verschillende indelingen en ontwerpen voor dia’s kiezen.
  • Kan tekst invoeren, bewerken en opmaken in een presentatie. Hanteert best practice o.a. door het geven van unieke titels aan dia’s.
  • Kan grafieken kiezen, maken en opmaken om informatie op een zinvolle manier te presenteren.
  • Kan foto’s, afbeeldingen en getekende objecten invoegen en bewerken.
  • Kan animaties en overgangseffecten toepassen op presentaties en de inhoud van de presentatie controleren en corrigeren, voordat deze wordt afgedrukt en de presentatie wordt gegeven.

Online samenwerken

  • Kent de belangrijkste begrippen met betrekking tot online samenwerking en cloud computing.
  • Kan accounts instellen voor online samenwerking.
  • Kan online-opslag en applicaties voor het uitvoeren van specifieke taken op het web gebruiken om samen te werken.
  • Kan mobiele en online-agenda’s gebruiken om activiteiten te plannen en beheren.
  • Kan samenwerken en communiceren met gebruikmaking van sociale net werken, blogs en wiki’s.
  • Kan onlinevergaderingen inplannen en voorzitten en leeromgevingen op het web gebruiken.
  • Begrijpt de voornaamste begrippen op het gebied van mobiele technologie en kan voorzieningen gebruiken als e-mail, toepassingen en synchronisatie

Digi-veiligheid

  • Begrijpt het belang van beveiliging van informatie en gegevens, en kan algemene principes op het gebied van bescherming, behoud en beheer van gegevens/privacy benoemen.
  • Herkent gevaren van identiteitsdiefstal voor de persoonlijke veiligheid, en potentiële gevaren van het gebruik van cloud computing voor gegevens.
  • Kan wachtwoorden en encryptie/versleuteling gebruiken om bestanden en gegevens te beveiligen.
  • Begrijpt het gevaar van malware en kan een computer, een mobiel device of een netwerk beveiligen en malware-aanvallen weerstaan.
  • Herkent veelgebruikte typen beveiliging van (draadloze) netwerken en kan persoonlijke firewalls en hotspots gebruiken.
  • Kan een computer of device beschermen tegen ongeoorloofde toegang en is in staat wachtwoorden op een veilige manier te beheren en bij te werken.
  • Kan geschikte browserinstellingen gebruiken en begrijpt hoe verificatie van websites en veilig internetten in zijn werk gaat.
  • Begrijpt de beveiligingsproblemen bij communicatie die een rol spelen bij het gebruik van e-mail, sociale netwerken, Voice-over-Internet-Protocol, Instant Messaging en mobiele devices.
  • Kan back-ups van gegevens op lokale en cloudopslaglocaties maken en terugzetten, en kan gegevens en apparatuur veilig verwijderen